Wat ik zag toen ik in een zelfrijdende auto door China reed
49.000+ mensen volgen Alexander's favoriete nieuwe tools, tips en inzichten
Vrienden,
Ik was een paar weken geleden in China, en sprak met een investeerder in hardware, robotica en AI. Ik wilde weten wat wij in het westen verkeerd begrijpen over Chinese technologie.
“Jullie denken nog steeds dat China wint omdat het goedkoper produceert,” zei hij. “Maar we winnen omdat we sneller zijn dan jullie.”
Voordat ik vertel over m’n fascinerende gesprek met hem — eerst mijn proefondervindelijke vaststelling van Chinese tech: een dag na aankomst in een land waar ik nog nooit geweest was, ging ik direct de weg op. In een zelfrijdende auto.
Een bericht van sponsor van deze nieuwsbrief ASN Bank:
Een duurzaam huis is niet alleen goed voor de planeet, maar ook voor je portemonnee. Dat weet iedereen met zonnepanelen op zijn dak. Wat veel minder mensen weten: je kunt ook profiteren van een lagere hypotheekrente. Met de ASN Bespaarhypotheek is het simpel: hoe beter je energielabel, hoe lager je rente. Dat geldt ook tussentijds. Verbeter je je huis van energielabel D naar A? Dan daalt je rente gewoon mee. Ontdek wat de ASN Bespaarhypotheek voor jou kan doen. Het 1e adviesgesprek is gratis.
Ik heb een wat langere nieuwsbrief voor je dan je van me gewend bent vandaag, omdat ik je wil vertellen over hoe ik ging China-maxxen. We hebben namelijk een beeld om bij te stellen…
We zijn gewend geraakt om China te zien als ‘de fabriek van de wereld’. De plek waar spullen goedkoop gemaakt worden, op basis van ideeën die in Europa of Amerika zijn bedacht. Maar dat beeld klopt niet meer. De nieuwe generatie Chinese ondernemers wil niet meer alleen goedkoper zijn dan Apple of Tesla. Ze willen béter zijn. Én sneller. Én beter gedesigned. Ze willen wereldleiders worden.
Ik sprak met Peter Chen van Alphaist Partners. Chen is een superslimme venture capitalist die zo’n vijftien jaar in de VS studeerde en werkte, voordat hij terugkeerde naar China om zich op techinvesteringen te richten. De afgelopen acht jaar zag hij EV’s, robotica en AI vanuit niets uitgroeien tot volwaardige sectoren in z’n land.
Die snelle groei komt mede door de ongelofelijke concentratie van hardwarebedrijven rond Shenzhen. “Als een robotstartup een printplaat wil aanpassen, kan dat binnen een halve dag. Iemand in Dongguan maakt het, een koerier brengt het, dezelfde dag ligt het onderdeel op tafel. Als dat onderdeel naar Amsterdam of Silicon Valley moet duurt het één tot twee weken.”
Als je dat soort korte feedbackloops gewend bent, ga je ook anders denken over wat er allemaal mogelijk is.
Softwarebedrijven zijn gewend om voortdurend updates uit te rollen. Apps veranderen tegenwoordig elke week. Hardwarebedrijven werkten altijd anders: ze ontwierpen in één keer iets, wat ze daarna in grote aantallen produceerden. Maar in China begint hardwareontwikkeling steeds meer op software te lijken. Producten worden getest, aangepast, opnieuw uitgebracht. Niet in jaren, maar in maanden. Soms weken.
Chen gaf het voorbeeld van robotstofzuigers. Die markt werd uitgevonden door iRobot, het Amerikaanse bedrijf achter de Roomba. Maar Chinese concurrenten itereerden veel sneller: nieuwe sensoren, betere software, slimmere navigatie, lagere prijzen. Waar iRobot eens in de paar jaar een grote update deed, brachten Chinese merken twee keer per jaar een hele nieuwe generatie uit.
“China is een progressief land,” zei hij. Niet politiek progressief, maar in de letterlijke betekenis: gericht op vooruitgang. “Veertig jaar lang ging bijna alles omhoog: lonen, glazen wolkenkrabbers in de steden, technologische vooruitgang en de levensstandaard. Daardoor is er minder reflexmatige scepsis tegenover nieuwe technologie.” In het Westen praten we bij AI snel over banenverlies, privacy en regulering. Op basis van terechte zorgen natuurlijk, maar in China zijn de eerste vragen anders: hoe bouwen we hier iets mee? Hoe worden we hier als land sterker van? Wanneer kan ik het zelf hebben?
Je kunt dat naïef vinden. Maar zonder dat soort optimisme bouw je ook minder snel iets nieuws.
China kent intussen meerdere typen techondernemers. Aan de onderkant van de markt vind je de oudere generaties, die meedogenloze prijsoorlogen voeren, ze kopiëren en concurreren op efficiëntie. Zij denken in termen van zeventig procent van de kwaliteit voor een fractie van de prijs.
Maar aan de bovenkant van de markt is een nieuwe generatie founders ontstaan. Die bijvoorbeeld Tesla niet alleen willen evenaren, maar het nog ambitieuzer willen doen.
Voor Chen is DJI het symbool daarvan. Niet een goedkoop alternatief, maar een Chinees bedrijf dat in drones de wereldstandaard werd. Een merk waar mensen voor kiezen omdat het gewoon het beste is. Hij noemde ook Unitree (humanoid robots), BambuLab (3D printers) en DeepSeek. Allemaal werden ze groot nieuws in het Westen, maar pas nadat ze wereldschokkende ontdekkingen deden. Voor Chen is dat amusant: “Voor ons komen de capaciteiten van DeepSeek of Unitree niet als een schok. Zij zetten gewoon de standaard voor Chinese bedrijven nu, en zijn al veel langer onderwerp van gesprek hier.”
Drone-kunst in de DJI-winkel in Shenzhen
De informatie stroomt dus niet symmetrisch. Chinese investeerders volgen Silicon Valley obsessief. Ze lezen Amerikaanse blogs, reizen naar San Francisco, spreken met founders. Bovendien zijn veel engineers bij top-AI-labs Chinees, waardoor kennis snel terugvloeit in Chinese netwerken. Andersom gebeurt dat veel minder. In Europa rapporteren media uitgebreid over Silicon Valley, maar zelden over China. Daardoor bestaat het beeld dat men daar nog steeds achterloopt. Maar we hebben een plaat voor ons hoofd.
Tegelijkertijd is het beeld troebel, in de AI race bijvoorbeeld lopen de Verenigde Staten lopen nog steeds duidelijk voorop. Chen zegt dat OpenAI alleen in Silicon Valley had kunnen ontstaan: “een groep rijke idealisten die honderden miljoenen in een non-profit steekt om AGI te bouwen. Zoiets is in China moeilijker voorstelbaar.” DeepSeek is het dichtstbijzijnde Chinese equivalent: een idealistische oprichter die het bedrijf financierde vanuit zijn eigen quantfonds en het lange tijd onafhankelijk hield van externe investeerders, zodat hij het op zijn eigen voorwaarden kon runnen. “Juist daarom is het een uitzondering.”
China is Amerika dus niet voorbij. Shit is complex.
Amerika is nog steeds beter in het bereiken van fundamentele doorbraken. China is beter in snelle toepassing, hardware-iteratie en opschalen.
De impact van AI breidt op dit moment uit naar de fysieke wereld: van chatbots naar robots, van tekst naar acties. Precies daar heeft China een structureel voordeel. Hardware-startups zijn er niet meer zo kapitaalintensief: je hoeft als startup geen fabriek te bouwen als Foxconn dat voor je kan doen. Een klein team, veel iteraties, en dan een product dat wereldwijd verkoopt. Zo’n ecosysteem kopieer je niet door één fabriek in Ohio, Duitsland of Brabant neer te zetten.
China’s technologische macht komt niet alleen voort uit staatsbeleid, lage kosten en schaal. “Het komt ook voort uit een houding: vooruitgang is normaal, bouwen is eervol, itereren is vanzelfsprekend, en de toekomst is iets waar je naartoe rent.”
Wie China nog steeds ziet als een land dat kopieert en goedkoop produceert, heeft een verouderd plaatje in z’n hoofd.
Het nieuwe plaatje is veel complexer. En bedreigender.
Een generatie Chinese oprichters groeit op met DJI als voorbeeld. Als die mentaliteit samenvalt met de snelheid van Shenzhen, de ambitie van de overheid, een wereldwijde afzetmarkt, gevoel voor stijl en branding en AI, dan krijgen we een ander soort concurrentie dan we gewend zijn.
Het beeld van China als de fabriek van het Westen klopt niet meer, het is een van de werkplaatsen van de toekomst.




